Het bijenvolk begint in het voorjaar aan een sterke ontwikkeling.

De koningin begint op een gegeven moment in een recordtempo eitjes te leggen.

Zeker wanneer het weer en de dracht (nectar- en stuifmeelaanbod) goed is, groeit het bijenvolk enorm snel.

Op een gegeven moment raakt de bijenkast overbevolkt. Het volk zit vol met volwassen vliegbijen en er zitten nog veel meer bijen aan te komen, terwijl er in e bijenkast weinig ruimte meer is voor uitbreiding.

Gedurende deze periode zijn er een aantal van de vliegbijen bezig een geschikte locatie te zoeken waar een nieuw volk kan worden gehuisvest. Deze bijen worden ook wel de speurbijen genoemd.

Nu komt het moment dat ongeveer de helft van alle werkbijen samen met de oude koningin massaal de kast verlaat. Deze enorme wolk bijen wordt de voorzwerm genoemd.

Zij komen eerst in de buurt van de kast bij elkaar, waar ze een dichte tros vormen.

Wanneer de omstandigheden goed zijn, vertrekt de tros naar de door de speurbijen vooraf uitgezochte plek.

En begint hier met de bouw van nieuwe raten en vormt zo een nieuw volk.

Wat doet een imker met de bijenzwerm

 

In de eerste plaats zal hij de bijenzwerm weghalen van de plek waar ze zitten/hangen.  Dit noem je het scheppen van de zwerm.

Over het algemeen steken de zwermende bijen niet, ze kunnen ook moeilijk steken omdat hun lijf vol zit met honing, dat ze voor vertrek mee hebben genomen uit de bijenkast.

Wanneer de imker de bijenzwerm heeft geschept, zal hij deze huisvesten in een nieuwe bijenkast, zo heeft hij er weer een bijenvolk bij .

Bijenzwerm